Leuven – Vlaams Belang Leuven vraagt het stadsbestuur om het reglement rond speelstraten correct toe te passen en effectief te handhaven. Uit een schriftelijke vraag van fractieleider Britt Huybrechts blijkt dat de stad nauwelijks controles uitvoert, overtredingen niet systematisch registreert en vooral rekent op de verantwoordelijkheid van de organisatoren.
"Laat één ding duidelijk zijn: Vlaams Belang is niet tegen speelstraten. Integendeel, in een stedelijke omgeving is het niet altijd evident dat kinderen voldoende ruimte hebben om veilig buiten te spelen. Speelstraten kunnen daar een waardevolle bijdrage aan leveren. Maar dan moeten de afspraken die de gemeenteraad heeft goedgekeurd ook daadwerkelijk worden nageleefd", zegt gemeenteraadslid Britt Huybrechts.
De partij kreeg de voorbije maanden verschillende meldingen van inwoners over de manier waarop sommige speelstraten worden georganiseerd. Zo blijven straten volgens bewoners geregeld afgesloten terwijl er geen spelende kinderen aanwezig zijn. Daarnaast wordt geklaagd dat de doorgang wordt bemoeilijkt doordat tafels, stoelen en ander materiaal midden op de rijweg worden geplaatst.
Uit het antwoord van de bevoegde schepen blijkt bovendien dat de stad geen systematische controles uitvoert op de naleving van het reglement. Controles gebeuren hoofdzakelijk naar aanleiding van klachten of meldingen en er worden geen afzonderlijke cijfers bijgehouden over het aantal controles of overtredingen. Ook de mogelijkheid om een speelstraat in te trekken wegens het niet naleven van het reglement werd tot op vandaag nog nooit toegepast. "Dat is een vreemde manier van werken. De stad werkt een uitgebreid reglement uit, de gemeenteraad keurt dat goed, maar vervolgens blijkt dat er nauwelijks gecontroleerd wordt of die regels ook worden nageleefd. Dan moet je je afvragen wat de waarde van zo'n reglement nog is", aldus Huybrechts.
Opvallend is bovendien dat de schepen in haar antwoord erkent dat de verplichte uurvermeldingen op de afsluithekken niet altijd correct worden aangebracht en daarvoor een oplossing onderzoekt, terwijl zij enkele alinea's later schrijft dat die oplossing al structureel werd uitgevoerd. Beide kunnen moeilijk tegelijk waar zijn, en bovendien wijzen vaststellingen in de praktijk erop dat het onderbord én de verplichte uurvermelding vaak alsnog ontbreekt.
Huybrechts concludeert: "Wie een reglement opstelt, moet ook bereid zijn erop toe te zien dat het wordt nageleefd. Vandaag stelt de stad zelf de regels op, maar controleert ze nauwelijks of ze worden gevolgd. Dat is niet alleen jammer voor de bewoners die hinder ondervinden, maar ook voor de vele organisatoren die zich wél correct aan de afspraken houden. Regels zijn er om na te leven, en dat voor iedereen."